Ventrikel Septum Defect (VSD) - gaatje in hartwand - bij de hond
Wat is een ventrikel septum defect?
Bij een VSD is er wat mis gegaan tijdens de ontwikkeling van het hart en zit er een gat in de spierwand die het linker en het rechter ventrikel van elkaar scheidt. Hierdoor stroomt er bloed in een afwijkende richting in het hart; zuurstofrijk bloed vanuit het linker ventrikel zal direct naar het rechter ventrikel stromen. Daardoor loopt de zuurstofvoorziening van het lichaam niet efficient.
Verschil tussen een normaal hart en een hart met een opening in het ventrikelseptum
De oorzaak van het Ventrikel Septum Defect
De aandoening aangeboren en kan in principe bij elke hond voorkomen. Omdat het bij een aantal rassen beduidend meer voorkomt mag een erfelijke achtergrond verwacht worden. In ieder geval is bij de Engelse Bulldog en Keeshond vastgesteld dat het erfelijk is. De de wijze van vererving is autosomaal recessief met variabel expressie. Hierdoor kan een hond met een heel klein ventrikel septum defect wel nakomelingen krijgen met een ernstige aandoening.
Bij welke rassen komt het voor?
- Engelse Buldog
- Keeshond
- Engelse Springer Spaniël
- Newfoundlander
- Husky
Wat zijn de sypmtomen van een ventrikelseptumdefect?
De ernst hang af van het formaat en de exacte lokatie van het gat. Bij lichamelijk onderzoek hoort de dierenarts vaak een hartruis. De ernst van deze ruis zegt niets over de ernst van de aandoening. De symptomen ontwikkelen zich in maanden of jaren na de geboorte afhankelijk van de ernst van de aandoening. Deze symptomen zijn:
- Kortademigheid
- Verminderde inspanningstolerantie
- Hartstilstand (zeldzaam)
De diagnose van een vetrikel septum defect
Het eerste dat vaak opgemerkt wordt bij de dierenarts is een hartruis. Wanneer er een vermoeden is op een VSD worden er een foto en een echo van het hart gemaakt, hiermee wordt de diagnose duidelijk.
De behandeling
Indien een VSD zo groot is dat het tot klinische klachten leidt, kan het defect gerepareerd worden met behulp van een chirurgische ingreep. Dit is een risicovolle ingreep die alleen uitgevoerd wordt door specialisten. Niet alle dieren komen in aanmerking voor deze ingreep.
De prognose
De prognose is zeer terughoudend. Na een geslaagde chirurgische ingreep is deze redelijk goed.
Fokadvies
Met dieren met deze aandoening moet niet gefokt worden. Ook hun ouders moeten uitgesloten worden van de fok. Broertjes en zusjes kunnen gebruikt worden voor de fok. Hiermee moet echter wel zeer voorzichtig omgegaan worden, omdat zij wel drager van de aandoening kunnen zijn.